Indra Torsten Preiss – Alles is Wederkerig

Indra Torsten Preiss over Familieopstellingen, Relaties en Bewustzijn

We interviewden Indra naar aanleiding van zijn Masterclass op 20 en 21 maart 2026. Het was een mooi interview langs veel onderwerpen en zijn eigen reis in het leven. Meer informatie over de Masterclass en inschrijven: klik hier.
Hieronder de video, onder de video kun je ook de tekst uit het interview lezen.

Wederkerigheid als Levenswet

Door Indra Torsten Preiss

Wanneer ik terugkijk op mijn leven en mijn werk, zie ik &eacute&eacuten rode draad die alles met elkaar verbindt: wederkerigheid. Niet als moreel principe, maar als een wetmatigheid van het leven zelf. Alles wat zich in ons leven aandient – relaties, conflicten, liefde, pijn – ontstaat binnen een veld van geven en nemen dat veel ouder is dan wijzelf.

Mijn eerste stappen: Rebirthing

Ik was zesentwintig toen ik mijn eerste Rebirthing-ervaring had. Die ervaring was zo diepgaand dat mijn leven er onomkeerbaar door veranderde. Binnen enkele minuten herbeleefde ik vroege doodservaringen en kwam ik in contact met lagen van mezelf waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Kort daarna volgde ik een intensieve training en op mijn achtentwintigste opende ik mijn eerste praktijk. Dat was geen bewuste carrièrekeuze; het voelde simpelweg alsof ik niet anders kon.

Rebirthing leerde mij dat ervaringen die we vroeg in ons leven opdoen – zelfs rond geboorte – een blijvende imprint achterlaten. Niet alleen mentaal, maar ook lichamelijk en energetisch.

De ontdekking van familieopstellingen

Begin jaren 2000 kwam ik voor het eerst in aanraking met familieopstellingen. Tijdens een weekend in Berlijn zag ik iets wat ik onmiddellijk herkende als waar. Op de tweede dag stond ik zelf als representant in een opstelling en binnen enkele minuten begreep ik: zo werkt dit. De representatieve waarneming, het spreken van het veld, de eenvoud en de precisie – het was alsof er een upgrade plaatsvond in mijn bewustzijn.

Terug in mijn eigen training besloot ik te experimenteren. Ik gaf iedereen een opstelling, zonder beloftes, puur om te zien of de systemische wetmatigheden die ik had gelezen ook daadwerkelijk zichtbaar zouden worden. Ze waren dat – keer op keer. Zo overtuigend zelfs, dat al het andere werk dat ik toen deed ineens overbodig aanvoelde.

Fenomenologisch werken en energiewerk

Mijn gevoeligheid voor wat zich in het veld aandient, heb ik niet alleen aan het systemisch werk te danken. Jarenlang werkte ik intensief met energiewerk onder begeleiding van mijn spirituele leraar. Daar leerde ik om niet vanuit het hoofd te handelen, maar te volgen wat de energie op dat moment vraagt. Die houding – fenomenologisch, zonder intentie of doel – is later essentieel gebleken in mijn werk met opstellingen.

Veel van wat later bekend werd als movements of the soul kende ik al vanuit dat energiewerk. Andere woorden, dezelfde essentie.

Innerlijk kindwerk

Het innerlijk kindwerk kwam niet uit boeken, maar uit mijn eigen leven. Toen mijn eerste dochter werd geboren en ik haar als pasgeborene op mijn borst hield, voelde ik plots een diep verdriet. Het besef dat ik dit als kind zelf had gemist. Dat moment bracht mij spontaan in contact met mijn eigen innerlijke kind.

Ik begon dat wat ik voelde ook in mijn werk te gebruiken. Mensen uitnodigen om contact te maken met dat deel in zichzelf dat nooit echt gezien is. Pas later ontdekte ik dat hier al een hele traditie en literatuur over bestond. Wat ik ervoer, kreeg toen een naam, maar het wezenlijke was er al.

Relaties en gemis

Wat we als kind niet hebben ontvangen, zoeken we later vrijwel altijd in onze partner. Dat is een natuurlijke beweging, maar ook een gevaarlijke. Een partner kan nooit geven wat ouders niet konden geven, zonder zijn of haar eigen plek als partner te verliezen. Wanneer dat toch gebeurt, verschuift de relatie onbewust naar ouder-kind of hulpverlener-cliënt. En dan houdt de partnerrelatie op te bestaan.

Wederkerigheid in relaties

Elke relatie is gebaseerd op wederkerigheid. We dragen allemaal een innerlijk beeld mee uit ons familiesysteem: over liefde, nabijheid, conflict, erkenning, zelfs over geweld. Onze partner komt – vaak onbewust – tegemoet aan dat beeld, zodat wij loyaal kunnen blijven aan onze familie van herkomst.

Dat geldt ook voor destructieve patronen. In systemisch perspectief zijn er geen daders en slachtoffers, alleen verstrikte mensen. Gedrag ontstaat niet losstaand, maar binnen een veld waarin beide partners elkaar exact geven wat nodig is om trouw te blijven aan hun systeem.

Loyaliteit, resonantie en lot

Wij komen niet toevallig in een bepaald gezin terecht. Resonantie is een natuurwet. Het leven brengt ons precies daar waar we onze thema’s kunnen ontmoeten. Dat betekent ook dat ieder zijn eigen lot draagt. Wanneer wij proberen het lot van een ander – bijvoorbeeld van onze kinderen – over te nemen of te corrigeren, verstoren we het veld.

Volwassen zijn betekent: mijn ouders laten met hun lot, mijn kinderen laten met het hunne, en zelf volledig verantwoordelijkheid nemen voor het mijne.

Over labels en psychologie

Labels zoals “narcist” of “bipolair” bieden zelden echte helderheid. Ze sluiten het kijken juist af. Zodra we een label plakken, hoeven we niet meer te onderzoeken wat de wederkerigheid is die maakt dat deze dynamiek in ons leven verschijnt. In systemisch werk kijk ik liever naar symptomen en hun oorsprong, dan naar vaste identiteiten.

Familieopstellingen en verwatering

Zoals elke methode loopt ook het systemisch werk het risico te verwateren. Wanneer de theorie niet werkelijk is verinnerlijkt en het fenomenologische werken wordt vervangen door trucjes of theatrale handelingen, verliest het zijn kracht. Een opstelling hoeft geen “happy end” te hebben; ze moet waar zijn. Werkelijke bevrijding ontstaat vanzelf wanneer alles gezien mag worden.

Integratie en bevrijding

Een goede opstelling zet niets vast. Ze opent. Wanneer iemand na een opstelling blijft hangen in schuld, slachtofferschap of conclusies, is er nog iets niet gezien. De essentie van systemisch werk is inzicht &eacuten ontspanning: zo is het. En vanuit dat zien ontstaat ruimte voor beweging.

Tot slot

Mijn werk is in de loop der jaren eenvoudiger geworden. Minder doen, meer zien. Minder ingrijpen, meer vertrouwen op het veld. Wederkerigheid is daarbij mijn kompas gebleven. Niet als theorie, maar als levende realiteit.

Alles wat wij in de ander bestrijden, vraagt om gezien te worden in onszelf. En alles wat wij werkelijk aankijken, verliest vroeg of laat zijn greep.